Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 2b De voordracht van een algemene maatregel van bestuur ingevolge de Wegenverkeerswet 1994 wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal ter inzage is gegeven (overgelegd).

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 2a De provincie, gemeenten en waterschappen hebben aanvullende bevoegdheid tot het maken van verordeningen.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 3 Indien er bijzondere omstandigheden zijn kan op voordracht van de minister-president artikel 4, derde en vierde lid in werking worden gesteld.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 4 Artikel 4 bevat een aantal uitzonderingen op de verkeersvoorschriften.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 2 De in artikel 2 gegeven expliciete opsomming van de belangen ter behartiging waarvan krachtens de Wegenverkeerswet 1994 regels kunnen worden vastgesteld, is ontleend aan artikel 2 van de Wegenverkeerswet zoals die bepaling is komen te luiden bij de Wet van 25 mei 1989, Stb. 225 (uitbreiding van de reikwijdte van de Wegenverkeerswet).

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 10 Het eerste lid van artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 verbiedt op een weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen. Het verbod beperkt zich niet tot motorrijtuigen, ook wedstrijden met bromfietsen (die in de zin van de wet tot de motorrijtuigen moeten worden gerekend), fietsen, paard en wagens, e.d. vallen onder de werking van het artikel, mits de wedstrijd maar op een weg plaatsvindt.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 11 Artikel 11 van de Wegenverkeerswet 1994 stelt straf op het zogenaamde `joy-riding', dat als misdrijf wordt beschouwd.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 13 Artikel 13 geeft de bevoegdheid bij algemene maatregel van bestuur nadere regels vast te stellen betreffende het gedrag van verkeersdeelnemers. Het betreft de algemeen geldende regels met een min of meer duurzaam karakter: de basisregels voor het gedrag op de weg zoals vervat in het RVV 1990.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 14 In tegenstelling tot de regels waarop artikel 13 betrekking heeft, kunnen de regels, bedoeld in artikel 14, veel gedetailleerder en technischer van aard zijn. Vandaar dat hier niet kan worden volstaan met een bevoegdheid bij algemene maatregel van bestuur regels vast te stellen, doch ook moet worden voorzien in een bevoegdheid om uitvoeringsvoorschriften krachtens algemene maatregel van bestuur, het BABW, vast te stellen.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 15 Memorie van toelichting Gelet op de uitgangspunten van het rapport `Orde in de regelgeving', ligt het in de rede de basis voor de aanwijzing van verkeerstekens, onderborden en maatregelen waarvoor een verkeersbesluit moet worden genomen, in de wet op te nemen. Hierbij wordt opgemerkt dat de uit het RVV 1966/RVV 1990 voortvloeiende verplichting voor weggebruikers een verkeersteken na te leven ongeacht of dat teken bevoegd is geplaatst, onverminderd van kracht blijft.