Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 9. Dit uit tien leden bestaande artikel ziet op een aantal bijzondere situaties waarbij het verboden is op de weg een motorrijtuig of een motorrijtuig van een bepaalde categorie te besturen of te doen besturen.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 10 Het eerste lid van artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 verbiedt op een weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen. Het verbod beperkt zich niet tot motorrijtuigen, ook wedstrijden met bromfietsen (die in de zin van de wet tot de motorrijtuigen moeten worden gerekend), fietsen, paard en wagens, e.d. vallen onder de werking van het artikel, mits de wedstrijd maar op een weg plaatsvindt.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 11 Artikel 11 van de Wegenverkeerswet 1994 stelt straf op het zogenaamde `joy-riding', dat als misdrijf wordt beschouwd.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 13 Artikel 13 geeft de bevoegdheid bij algemene maatregel van bestuur nadere regels vast te stellen betreffende het gedrag van verkeersdeelnemers. Het betreft de algemeen geldende regels met een min of meer duurzaam karakter: de basisregels voor het gedrag op de weg zoals vervat in het RVV 1990.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 14 In tegenstelling tot de regels waarop artikel 13 betrekking heeft, kunnen de regels, bedoeld in artikel 14, veel gedetailleerder en technischer van aard zijn. Vandaar dat hier niet kan worden volstaan met een bevoegdheid bij algemene maatregel van bestuur regels vast te stellen, doch ook moet worden voorzien in een bevoegdheid om uitvoeringsvoorschriften krachtens algemene maatregel van bestuur, het BABW, vast te stellen.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 15 Memorie van toelichting Gelet op de uitgangspunten van het rapport `Orde in de regelgeving', ligt het in de rede de basis voor de aanwijzing van verkeerstekens, onderborden en maatregelen waarvoor een verkeersbesluit moet worden genomen, in de wet op te nemen. Hierbij wordt opgemerkt dat de uit het RVV 1966/RVV 1990 voortvloeiende verplichting voor weggebruikers een verkeersteken na te leven ongeacht of dat teken bevoegd is geplaatst, onverminderd van kracht blijft.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 16 Het gezag dat het verkeersbesluit heeft genomen zoals bedoeld in artikel 15 zorgt er ook voor dat bedoelde verkeerstekens worden geplaatst of verwijderd, en de daar bedoelde maatregelen worden getroffen.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 17 In het BABW wordt bepaald dat in de gevallen waarin de plaatsing van verkeerstekens of het uitvoeren van maatregelen op of aan de weg op een verkeersbesluit dienen te berusten hiervan in dringende omstandigheden van voorbijgaande aard kan worden afgezien tenzij de tijdelijke plaatsing en de tijdelijke maatregel van een langere duur zijn dan vier maanden dan wel zich regelmatig voordoen.

Toelichting Wegenverkeerswwet 1994

Artikel 18 In artikel 18, lid 1 wordt de bevoegdheid tot het nemen van verkeersbesluiten toebedeeld. Tevens wordt opgemerkt dat de in dit artikel geregelde toedeling van bevoegdheden uiteraard ook van toepassing is op verkeersbesluiten waarbij maatregelen ter regeling van het verkeer worden genomen.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 19 Gelet op de grote belangen die ten aanzien van het wegverkeer kunnen spelen was er aanleiding een bestuurlijke structuur in de Wegenverkeerswet 1994 te verankeren, die het gedeputeerde staten als provinciaal gezag, mogelijk maakt om tussen beide te komen, indien de beheerders er onderling kennelijk niet in slagen tot een oplossing te komen, die uit het oogpunt van die bijzondere belangen aanvaardbaar is.