Toelichting Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

Artikel 51 De geldigheidsduur van gehandicaptenparkeerkaarten is een zo wezenlijk element van de regeling, dat besloten is deze materie op het niveau van de algemene maatregel van bestuur te worden regelen.

Toelichting Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

Artikel 52, leden 1 en 2 Het bevoegde gezag geeft duplicaten af voor gehandicaptenparkeerkaarten die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn geworden of die verloren zijn geraakt of teniet gegaan zijn.

Toelichting Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

Artikel 53 In artikel 53 zijn de — in de oude regeling voor een groot deel bij ministeriële regeling vastgestelde — gronden tot ongeldigverklaring van gehandicaptenparkeerkaarten samengebracht.

Toelichting Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

Artikel 54 Artikel 55 omschrijft de inleverplicht van gehandicaptenparkeerkaarten.

Toelichting Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

Artikel 55 De opsomming van de onderwerpen waaromtrent bij ministeriële regeling nadere voorschriften kunnen worden vastgesteld, is ontleend aan het oude artikel 53 van het BABW.

Toelichting Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

Artikel 50 De houder van de gehandicaptenparkeerkaart mag geen gebruik (laten) maken van de kaart indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 10 Het eerste lid van artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 verbiedt op een weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen. Het verbod beperkt zich niet tot motorrijtuigen, ook wedstrijden met bromfietsen (die in de zin van de wet tot de motorrijtuigen moeten worden gerekend), fietsen, paard en wagens, e.d. vallen onder de werking van het artikel, mits de wedstrijd maar op een weg plaatsvindt.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 11 Artikel 11 van de Wegenverkeerswet 1994 stelt straf op het zogenaamde `joy-riding', dat als misdrijf wordt beschouwd.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 13 Artikel 13 geeft de bevoegdheid bij algemene maatregel van bestuur nadere regels vast te stellen betreffende het gedrag van verkeersdeelnemers. Het betreft de algemeen geldende regels met een min of meer duurzaam karakter: de basisregels voor het gedrag op de weg zoals vervat in het RVV 1990.

Toelichting Wegenverkeerswet 1994

Artikel 14 In tegenstelling tot de regels waarop artikel 13 betrekking heeft, kunnen de regels, bedoeld in artikel 14, veel gedetailleerder en technischer van aard zijn. Vandaar dat hier niet kan worden volstaan met een bevoegdheid bij algemene maatregel van bestuur regels vast te stellen, doch ook moet worden voorzien in een bevoegdheid om uitvoeringsvoorschriften krachtens algemene maatregel van bestuur, het BABW, vast te stellen.