-

L1-Hoogte onderdoorgang

L1

Hoogte onderdoorgang

 

Toelichting

In de verkeerspraktijk is gebleken dat aan dit verkeersteken behoefte bestaat. Het bord dient om de vrije hoogte in een onderdoorgang aan te duiden. Het komt nogal eens voor dat bestuurders in onzekerheid verkeren omtrent de vrije doorgang, bijvoorbeeld als gevolg van de vormgeving of de ligging van de onderdoorgang. Door de toepassing van dit verkeersteken wordt de op dat moment noodzakelijke informatie geboden.

-

L2-Voetgangersoversteekplaats

L2

Voetgangersoversteekplaats

 

Toelichting

Dit informatiebord wordt geplaatst bij de voetgangersoversteekplaatsen, behalve indien deze zijn gelegen bij een kruispunt, waar het verkeer geregeld wordt door driekleurige verkeerslichten.

-

L3 Bushalte

L3

Bushalte

-

L3 Tramhalte

L3

Tramhalte

-

L4-Voorsorteren

L4

Voorsorteren

 

Toelichting

Dit bord geeft de nadering van voorsorteervakken aan. De pijlen geven de uitvoering van de voorsorteervakken weer en corresponderen met de op het wegdek in de rijstroken aangebrachte pijlen.

-

L5-Einde rijstrook

L5

Einde rijstrook

 

Toelichting

Daar waar de rijbaan overgaat van drie in twee rijstroken hetgeen voornamelijk voorkomt op autosnelwegen wordt dit verkeersteken geplaatst opdat de bestuurders daar vroegtijdig op geattendeerd worden.

-

L6-Splitsing

L6

Splitsing

 

Toelichting

Daar waar een zich van de rijbaan afbuigende rijstrook c.q. zijweg het aantal rijstroken van vier doet overgaan in drie rijstroken wordt dit verkeersteken geplaatst opdat de bestuurders daarover vroegtijdig geïnformeerd worden.

-

L7-Aantal doorgaande rijstroken

L7

Aantal doorgaande rijstroken

 

Toelichting

Het verdient aanbeveling bestuurders bij de aanwezigheid van meerdere rijstroken er over te informeren hoeveel rijstroken zij tot hun beschikking hebben. Dit bord wordt meestal geplaatst langs de rijbaan meteen nadat een invoegstrook overgaat in een doorgaande rijstrook. Deze verkeerstekens zijn opgenomen in deze bijlage omdat een uniforme uitvoering ervan, daar waar zij worden toegepast, aanbeveling verdient. Het aantal pijlen op de borden komt overeen met het aantal rijstroken op de rijbaan ter plaatse van of direct na het bord.

-

L8-Doodlopende weg

L8

Doodlopende weg

-

L9-Vooraanduiding doodlopende weg

L9

Vooraanduiding doodlopende weg

 

Toelichting

Het aantal aanduidingen doodlopende weg beperkt tot twee in dit reglement. Van het bord vooraanduiding doodlopende weg zijn meerdere varianten mogelijk naar gelang de zich voordoende situatie.

-

L10-Vooraanduiding verkeersmaatregel voor de aangegeven richting

L10

Vooraanduiding verkeersmaatregel voor de aangegeven richting

-

L11-Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook/rijstroken

L11

Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook/rijstroken

-

L12-Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook

L12

Verkeersbord geldt alleen voor de aangegeven rijstrook

-

L13-Verkeerstunnel

L13

Verkeerstunnel

 

Toelichting

 

  1. Het bord wordt geplaatst voor elke tunnel, langer dan 250 meter.
  2. De lengte van de tunnel wordt vermeld in het onderste deel van het bord.
  3. De naam van de tunnel kan op het bord of op een onderbord worden aangegeven.
  4. Bij tunnels, langer dan 3000 meter, wordt de resterende lengte van de tunnel om de 1000 meter aangegeven.

-

L14-Vluchthaven

L14

Vluchthaven

-

L15-Vluchthaven voorzien van een noodtelefoon en brandblusapparaat

L15

Vluchthaven voorzien van een noodtelefoon en brandblusapparaat

 

Toelichting

De aanwezigheid van noodtelefoons en brandblusapparaten wordt aangegeven met bord L 18.

-

L16-Noodtelefoon

L16

Noodtelefoon

-

L17-Brandblusapparaat

L17

Brandblusapparaat

-

L18-Noodtelefoon en brandblusapparaat

L18

Noodtelefoon en brandblusapparaat

-

L19-Dichtstbijzijnde uitgang of twee dichtstbijzijnde uitgangen in de op het bord aangegeven richting en afstand

L19

Dichtstbijzijnde uitgang of twee dichtstbijzijnde uitgangen in de op het bord aangegeven richting en afstand

 

Toelichting

Het bord wordt om de 25 meter op een hoogte van ten hoogste 1,5 meter boven het wegdek op de tunnelwanden geplaatst om aan te geven waar zich de twee dichtstbijzijnde uitgangen bevinden. Weggebruikers kunnen deze bordencombinaties tegenkomen en daarom is het noodzakelijk dat deze informatieborden in het RVV 1990 bijlage 1 worden opgenomen. De in deze verkeerstekens opgenomen afbeeldingen van geslotenverklaringen dienen slechts als voorbeeld. Andere tekens en symbolen zijn eveneens mogelijk.