-
G1
Autosnelweg
Toelichting
Een autosnelweg is een weg met gescheiden rijbanen en ongelijkvloerse kruisingen. Een weg kan alleen maar een autosnelweg zijn indien die weg wordt aangeduid door bord G1 bijlage 1 RVV 1990. De langs een autosnelweg gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel uit van een autosnelweg.
-
G2
Einde autosnelweg
-
G3
Autoweg
Toelichting
Een autoweg kent gelijkvloerse kruispunten en kan bestaan uit gescheiden rijbanen. Gescheiden rijbanen is geen regel. Langs de autowegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel uit van de autoweg. Het begrip autoweg is omschreven in artikel 1 onder d van het RVV 1990. De maximumsnelheid op een autoweg is 100 kilometer per uur. Door bord A1 kan de maximumsnelheid op autowegen worden bepaald op een lagere snelheid dan 100 kilometer per uur.
-
G4
Einde autoweg
-
G5
Erf
Toelichting
De aanduidingen van het begin en het einde van een erf zijn van belang in
verband met de toepassing van de artikelen 44 tot en met 46 van het RVV 1990.
Het bord G5 heeft een zonale werking zodat het geen herhaling behoeft binnen het
erf bij een zijweg. Het bord erf wordt geplaatst voor:
– de aansluiting van de inrit/uitrit op een niet als erf aangewezen weg;
– het begin van het erf, gelegen op korte afstand van een aansluiting op of
kruispunt met een niet als erf aangewezen weg.
-
G6
Einde erf
-
G7
Voetpad
Toelichting
In de artikelen 4 en 7 van dit reglement wordt bepaald dat voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen gebruik mogen maken van voetpaden.
-
G8
Einde voetpad
-
G9
Ruiterpad
Toelichting
In artikel 8 van dit reglement wordt het begrip ruiterpad geïntroduceerd. Verkeersteken G9 is het daarbij behorende bord. Het is gebleken dat in de praktijk behoefte aan de invoering van dit verkeersteken bestond. Een ruiterpad mag slechts gevolgd worden door ruiters. Het begrip ruiters wordt zodanig algemeen bekend geacht dat dit niet apart in dit reglement gedefinieerd is.
-
G10
Einde ruiterpad
-
G11
Verplicht fietspad
Toelichting
Een verplicht fietspad is ingevolge artikel 5 van dit reglement primair verplicht voor fietsers. Ook voetgangers bij het ontbreken van een voetpad of trottoir en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen mogen gebruik maken van het verplichte fietspad. Andere weggebruikers dan fietsers, bestuurders van gehandicaptenvoertuigen en voetgangers is het verboden een verplicht fietspad te gebruiken. Overigens kan/moet de fietser ook het fiets/bromfietspad gebruiken.
-
G12
Einde verplicht fietspad
Toelichting
Dit bord wordt slechts geplaatst als het onduidelijk is waar een fietspad eindigt.
-
G12a
Fiets/bromfietspad
Toelichting
Een verplicht fiets/bromfietspad is ingevolge artikel 6 van dit reglement primair verplicht voor bromfietsers. Ook de fietser moet hier gebruik van maken (art. 5 RVV 1990).
-
G12b
Einde fiets/bromfietspad
-
G13
Onverplicht fietspad
Toelichting
Op grond van de artikelen 5, lid 3 en 6, lid 3 van dit reglement mogen fietsers en snorfietsers met uitgeschakelde motor gebruik maken van het onverplichte fietspad. Voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen mogen eveneens gebruik maken van het onverplichte fietspad. De bestuurder van een gehandicaptenvoertuig mag met een ingeschakelde motor van zijn gehandicaptenvoertuig gebruik maken van het onverplichte fietspad. Alle andere bestuurders is het verboden een onverplicht fietspad te gebruiken. De kleur van het bord onverplicht fietspad is gewijzigd van zwart in blauw. In tegenstelling tot de vorm van de borden G7 tot en met G12 die rond zijn is de vorm van het bord onverplicht fietspad langwerpig rechthoekig.
-
G14
Einde onverplicht fietspad


